Auteursarchief: admin

EEN KLACHT BIJ HET COLLEGE VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS; WAT NU?

De Algemene wet gelijke behandeling (hierna: ‘AWGB’) en Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (hierna: ‘AWGB/CZ’) vormen een uitwerking van artikel 1 van de grondwet. Hierin staat: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan”. Op grond van de voornoemde wetgeving is het College van de rechten voor de mens (hierna: ‘het College’) bevoegd om te oordelen op schriftelijke verzoeken en te onderzoeken of in een individueel geval ontoelaatbaar onderscheid is gemaakt. In deze Legal Update zullen wij beschrijven wat te doen op het moment dat een verzoek wordt ingediend bij het College. Allereerst zullen wij hieronder kort de reikwijdte van voornoemde wetgeving uiteenzetten.

Zie ook: https://www.vbk.nl/actueel/een-klacht-bij-het-college-voor-de-rechten-van-de-mens-wat-nu/

Lees verder

GENERIEK KORTINGSPERCENTAGE BIJ VERGOEDING VAN NIET-GECONTRACTEERDE ZORG DOOR ZORGVERZEKERAARS IS NIET TOEGESTAAN

De Stichting Handhaving Vrije Artsenkeuze is van oordeel dat de zorgverzekeraars onrechtmatig handelen jegens niet-gecontracteerde zorgaanbieders. De stichting stelt dat de vergoedingsmethodiek die wordt toegepast door zorgverzekeraars voor de vergoeding van niet-gecontracteerde zorg de toegang tot die niet-gecontracteerde zorg belemmert. Daarmee is naar het oordeel van de stichting sprake van een feitelijke hinderpaal voor de verzekerden en is sprake van strijd met artikel 13 Zvw.

Zie ook: https://www.vbk.nl/actueel/generiek-kortingspercentage-bij-vergoeding-van-niet-gecontracteerde-zorg-door-zorgverzekeraars-is-niet-toegestaan/

Lees verder

Seminar: Is resultaatgericht indiceren op grond van de Wmo 2015 nog mogelijk?

Op 19 maart 2019 spreek ik op het seminar over resultaatgericht indiceren.

Tijdens het seminar over resultaatgericht indiceren zullen topsprekers de jurisprudentie en de gevolgen voor de rechtspraktijk duiden en tips geven ten aanzien van het gemeentelijke beleid en de zorginkoop. De algemene rechtsregels die uit de rechtspraak kunnen worden afgeleid worden toegelicht. Tot slot zullen de sprekers ook hun perspectief voor de toekomst geven. Het volledige programma treft u onderstaand.

Zie ook: https://www.sociaalweb.nl/events/seminar-is-resultaatgericht-indiceren-op-grond-van-de-wmo-2015-nog-mogelijk

Innovatie in de zorg, toezicht en de risico’s voor de patiënt

Door mr. B. Wallage en ir. J. Slobbe[1]

In de huidige informatiesamenleving worden steeds meer medische apparaten verbonden aan een netwerk. Enerzijds creëert dit kansen voor het leveren van betere en efficiëntere zorg. Bijvoorbeeld doordat mensen langer thuis kunnen blijven wonen door telemetrie[2]of beter geholpen kunnen worden door het ‘realtime’ monitoren van risicopatiënten. Anderzijds brengt deze innovatie in de gezondheidszorg risico’s met zich mee op het gebied van cybersecurity. Deze risico’s kunnen zich ook vertalen naar risico’s voor de patiënt. Uit onderzoek volgt zelfs dat kwetsbaarheden in de beveiliging van medische apparatuur tot ernstige schade aan de gezondheid van de patiënt kunnen leiden.[3]Uit deze onderzoeken blijkt bijvoorbeeld dat hackers medische apparatuur c.q. hulpmiddelen, zoals hartdefibrillatoren en infuuspompen, kunnen hacken en de instellingen van deze hulpmiddelen op afstand kunnen aanpassen. In de praktijk hebben hackers medische apparatuur aangevallen.[4]In april 2018 werd bijvoorbeeld bekend dat hackers ‘malware’ hebben ontwikkeld die zich richt op onder andere het aantasten van de werking van medische apparatuur.[5]Dit vormt een risico voor de patiëntveiligheid en roept de vraag op of er voor wat betreft de beveiliging van medische apparatuur een rol is weggelegd voor zorgaanbieders en wat de rol is van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: ‘IGJ’).

Zie ook: http://weblogs.arsaequi.nl/publiekrechtelijkgezondheidsrecht/2018/12/28/innovatie-in-de-zorg-toezicht-en-de-risicos-voor-de-patient/

Lees verder

WMO-NORMTIJDEN KMPG-RAPPORT ZIJN DEUGDELIJK; MAATWERK BLIJFT NODIG

In de rechtspraak van de CRvB werd tot op heden alleen het CIZ Protocol Huishoudelijke Verzorging erkend als zijnde deugdelijk onderzoek. In dit protocol staan tijdseenheden beschreven voor de omvang van huishoudelijke ondersteuning. Door de gemeente Utrecht is aan KPMG Plexus en Bureau HHM de opdracht gegeven om een nieuw onderzoek te verrichten naar de vraag hoeveel uren aan huishoudelijke ondersteuning in het algemeen nodig is. Uit dit onderzoeksrapport volgt dat de basisurennorm van 104,9 uur per jaar (circa 2 uur aan huishoudelijke ondersteuning per week) realistisch is.

Zie ook: https://www.vbk.nl/actueels/wmo-normtijden-kmpg-rapport-zijn-deugdelijk-maatwerk-blijft-nodig/

https://www.sociaalweb.nl/jurisprudentie/wmo-normtijden-kmpg-rapport-zijn-deugdelijk-maatwerk-blijft-nodig

Lees verder

Raad van State en gemeenten kritisch over abonnementstarief Wmo 2015

Halverwege dit jaar heeft de regering een wetsvoorstel aan de Raad van State toegezonden in het kader van een wijziging van de Wmo 2015 en in het bijzonder de eigen bijdrage voor maatschappelijke ondersteuning. Het voorstel regelt de invoering van een abonnementstarief voor inwoners die gebruik maken van maatschappelijke ondersteuning op grond van de Wmo 2015. Op dit moment wordt bij de vaststelling van de hoogte van de eigen bijdrage rekening gehouden met het inkomen van de betrokkene. Dat zal na invoering van het wetsvoorstel niet meer het geval zijn.

Zie ook: https://www.vbk.nl/actueels/raad-van-state-en-gemeenten-kritisch-over-abonnementstarief-wmo-2015/ 

Lees verder

EEN AANSPRAAK OP GROND VAN DE WLZ IS VOORLIGGEND AAN DE WMO 2015

Na de inwerkingtreding van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna ‘Wmo 2015’) en de Wet langdurige zorg (hierna: ‘Wlz’) heeft in de rechtspraktijk een tijd lang onduidelijkheid bestaan over de vraag hoe deze wetten zich tot elkaar verhouden. Bepaalde zorgvormen kunnen namelijk vallen onder zowel de reikwijdte van de Wmo 2015 als de Wlz. Een voorbeeld hiervan is de huishoudelijke ondersteuning. Een relevante vraag is in dat kader bijvoorbeeld of gemeenten een maatwerk- voorziening in de vorm van huishoudelijke ondersteuning onder de Wmo 2015 mag beëindigen indien een betrokkene een indicatie op grond van de Wlz heeft gekregen en op grond daarvan ook huishoudelijke ondersteuning op grond van de Wlz kan ontvangen.

Zie ook: https://www.vbk.nl/kennis-delen/actualiteiten/een-aanspraak-op-grond-van-de-wlz-is-voorliggend-aan-de-wmo-2015/